Wereldkampioenschap crosstriathlon

Ik heb me gekwalificeerd voor het WK crosstriathlon, dat zal worden gehouden tijdens de ITU Multisport World Championships in Denemarken. Om duidelijkheid te scheppen in de reeks aan kampioenschappen: je hebt elite wedstrijden waar de ‘pro’s’ aan mee doen, en age-group wedstrijden waar de ‘amateurs’ in hun leeftijdscategorie strijden voor de titels. Ik richt me altijd op de elite races, en zal ook dit keer bij de elite strijden met de absolute wereldtop.  Dat is natuurlijk harstikke tof.

Sommigen feliciteerden me met ‘het wereldkampioenschap, of ja: het kwalificeren voor…’ en dat is natuurlijk goed bedoeld. Zelf heb ik mixed feelings, maar een ding is zeker: ik ga 10 juli het uiterste uit mijn lichaam te halen, zo goed mogelijk te racen en zo hoog mogelijk te eindigen.

Meer weten? Volg me via Instagram, of stuur me een berichtje.
Cheers,

Joep

Advertenties

TeamNL op naar EK cross

Aankomend weekend vindt in Roemenië het Europees Cross Festival plaats, waar de Europese kampioenschappen cross worden gehouden. Binnen de cross organiseert de European Triathlon Union zowel de duathlon- als triathlonvariant.

De duathlon is wat zwaarder omdat je twee keer moet lopen en daartussen moet mountainbiken, de triathlon wat meer uitdagend omdat je drie verschillende sporten moet beoefenen.
Vorig jaar nam ik deel aan het EK cross duathlon in Roemenië, en het EK cross triathlon in Zwitserland. Komend weekend worden beide onderdelen gehouden en start ik bij het onderdeel cross duathlon, dat wordt gehouden over een afstand van 6,2 km hardlopen (trail), 20km mountainbiken, en 3,1km hardlopen.
Het onderdeel cross triathlon is twee dagen later. Er zijn bikkels die dat proberen te combineren, maar ik vind een wedstrijd van >2 uur voldoende voor dit weekend 😉

Mijn fiets zit in de koffer, mijn (trail)schoenen zijn gepakt, de sportvoeding van Athletesportsworld.com zit in mijn bidons (tip: bespaar ruimte als je met je fiets vliegt, en stop je gelletjes etc. in je bidons, in de bidophouders), mijn helm doe ik lekker op in het vliegtuig (dat is niet waar, maar meenemen als handbagage scheelt wel degelijk) en ik heb een verlopen paspoort (maar daar zitten gaatjes in, en ik heb een nieuwe. Dus no worries).

Vorig jaar was ik flying daar in Targu Mures. Of Tirgu Mures, op z’n Roemeens. Kijk maar:

Vandaag reis ik met het grootste deel van TeamNL af naar Cluj, om vanuit daar naar Targu Mures te gaan. Zonder de gehavende bondscoach, maar met een prima groep en begeleiding. Veel zin om te knallen, keep you posted!

Oostenrijk op z’n best

Neem een typisch Oostenrijks dorpje, met 2000 inwoners in het centrum en nog eens 3000 inwoners in de omgeving daaromheen. Waar iedereen elkaar kent, en groet, en waar je je laptop gewoon een paar uur onbeheerd achter kunt laten op straat. Waar de helft van de inwoners vanuit de bergen uitzicht heeft op fantastisch rustgevende (alpen)weide. Al dan niet afgezet met een hekwerk dat bestaat uit palen gemaakt van zelfgekapt hout en wat ijzerdraad. Want anders lopen de koeien kilometers weg, met of zonder bel. Waar riviertjes naar beneden kronkelen richting een groter riviertje in het dorp, welke vervolgens weer uitmondt in een grotere rivier of een meertje. Waar, naast het stromende water, krekels en vogels het enige geluid produceren dat je hoort. Daar waar je in een onbeklad houten hutje kunt klimmen om dieren te spotten. En waar je zelfs 200 meter terug zou lopen omdat je vermoed dat je daar per ongeluk het boodschappenlijstje van eergisteren uit je broekzak hebt laten vallen.

Noem het Weyer, en verstoor daar een dag per jaar de rust door er 600 goed gestoorde atleten hun ding te laten doen. Aan de inwoners zal het niet liggen, die lopen massaal uit om een schitterende ambiance te verzorgen met alle ingredienten voor een mooie wedstrijd. En om samen een goed feestje te vieren. Welkom bij Powerman Austria.

Powerman is de organisatie die wereldwijd duathlon (of: run bike run) wedstrijden organiseert over de lange afstand. Van Amerika (zowel noord als zuid) tot Maleisie, en van Nederland tot Zweden. Het kan worden gezien als de Ironman maar dan als duathlon. Afgelopen weekend vond de Oostenrijkse editie plaats, voor de 20e keer onderdeel van de Powerman world series. En ik was er bij.

Experimenteren
Afgelopen periode heb ik gebruikt om wat dingen uit te proberen. Zo startte ik in een zware crosstriathlon, en nu een lange afstand duathlon. Da’s wel andere koek dan een sprintafstand…

De gastvrije familie Grogger, waar ik via de organisatie in hun gastverblijf  mocht bivakeren, had een fijn huis op zo’n 100 meter van de start. En voor die tijd hielpen ze me goed op weg, vertelden ze me wat over de omgeving en hun leven, maar ook lekker vrij mijn ding lieten doen. Beter kon niet. Het was live op tv, live op de radio. Een live-stream op internet, in alle kranten en op grote schermen. Alle burgemeesters uit de omgeving waren present. Net als driekwart van het dorp: Powerman leeft in Oostenrijk, en in de regio van Weyer in het bijzonder.

Genoeg gezeur, tijd voor het wedstrijdverslag
Het was warm, en je zou het mijn debuut op de lange afstand kunnen noemen. Het parcours was mooi maar toch best pittig, een loopronde van 5 kilometer met twee leuke maar pittige klimmetjes. En op de fiets een aardige klim van zo’n 6 kilometer met twee stijle stukken met stijgingspercentages ruim in de dubbele cijfers. Maar daarna valsplat omlaag. Ik besloot op mijn wegfiets te gaan rijden en de tijdritfiets te laten staan: de wendbaarheid en het gewicht van de koersfiets zou me meer helpen dan een aero houding op een zwaardere fiets. En ik denk dat ik gelijk had.

Nadat ik iets te enthousiast startte besloot ik om mijn tempo goed te blijven monitoren tijdens de eerste 10 kilometer hardlopen. Goed verdelen (want de finish is nog ver…), blijft lastig voor me. Dat lukte best aardig, en ik kon redelijk fris de fiets op stappen. Op het fietsparcours ging ik op de klimmetjes en de bochtige afdaling de tijdritfietsers voorbij. Ik hield mijn eigen tempo, maar kon op de wat vlakkere stukken toch redelijk bijblijven zonder tijdritfiets. Tijdens het fietsonderdeel dronk ik meer dan 4 liter, en dat was nodig ook. Ik kon daardoor best vlot de afsluitende tien kilometer hardlopen in, maar moest na zo’n twee kilometer toch ervaren dat de afstand er wel inhakt. Dus was het een strijd tegen mezelf, waarbij ik ook nog wel twee atleten kon inhalen. Dank ook aan de meneer met een grote tuinslang, die de nodige verkoeling bracht door me helemaal nat te sproeien. Ik probeerde het tempo hoog te houden, en slaagde daar redelijk in.
Ik kon uiteindelijk (met een bescheiden applaus voor het fantastische publiek) finishen als 10e overall. Heb ontzettend genoten van de mensenmassa, het parcours, de ambiance en de entourage. En top 10 als debuut in de Powerman world series, daar mag ik tevreden mee zijn. Al ben ik er nog lang niet… 😉

 

Scheer je weg, Joep!

Weg, naar huis. Het was erg leuk, maar ook fijn om weer naar Nederland te gaan. We hielden expres nog wat Roemeense Lei’s over om een koffietje te kunnen kopen op het vliegveld. Niet meer dan een kleine hal met wat stoeltjes en vijf tafels met daarop een computer en een weegschaal. Dat was het, de vertrekhal. Na een half uurtje wachten checkte ik mijn koffer en fiets in. Tenminste, dat probeerde ik. De Roemeense technologie was niet voorbereid op een fietskoffer, dus die moest ik dan maar zelf over het bagage-afhandelsysteem heen tillen. Aangekomen bij de gate (lees: de enige ruimte na de paspoortcontrole) gingen we voor dat kopje koffie: Only euro’s. Lekker dan…

‘En nu…?’ Dat was letterlijk wat ik dacht op het vliegveld van Roemenië na het EK duathlon in Kalkar en het EK crossduathlon in Targu Mures. Nee, niet die Lei’s die we hadden bewaard voor de koffie. Met sporten natuurlijk. De races gaven me vertrouwen: ik ben er nog niet, maar ik kom wel steeds dichterbij. Ik doe het dus niet voor niks. De resultaten worden steeds beter, er is duidelijk progressie.

Ik had echt toegeleefd naar die twee races, en voelde dat ik even rust moest nemen. Zowel fysiek als mentaal hakten twee EK’s er stiekem best wel in. Ik wilde nieuwe plannen maken, maar eerst even een weekje rustig trainen. Er was genoeg te verbeteren, maar hoe? Waar wil ik het accent op leggen, welke doelen stel ik mezelf, en welke wedstrijden wil ik racen? Er is nog zoveel te verbeteren, dus moest ik prioriteiten stellen. Maar waar wil ik die prioriteiten dan stellen? Wat wil ik nu eigenlijk? Ik wist het even niet.

Het is inmiddels bijna twee maanden geleden. En nu dan? Nu scheer ik. Net zoals ik deed voor Kalkar en Targu Mures. En voor eerdere internationale kampioenschappen. Want ook al heb ik een schijthekel aan benen scheren, je moet de ongeschreven regels wel respecteren als je voor Nederland uitkomt. Vind ik. De koning zal vast trots op me zijn, of niet.

Ik scheer me weg, een slag in de rondte. De laatste keer schoor ik mijn benen voor Roemenië, en daarvoor richting Duitsland. Duathlon is ontzettend zwaar, ik vind het zwaarder dan triathlon. De eerste run helemaal kapot gaan (waar ik nog altijd sneller moet gaan lopen), vervolgens tactisch racen op de fiets (waar ik nog de nodige koerservaring moet opdoen), en vervolgens nog een keer kapot gaan (waarvoor ik meer inhoud moet hebben en uren voor moet maken). Ik houd van de snelheid, en dus van de weg. Maar het uitstapje naar de cross was ook gaaf, een heel andere discipline waar je veel meer moet verdelen en waar het was ruiger of speelser is. Bochtjes, boomstammen, modder, klimmen en dalen. En vallen. Dat was iets minder leuk.
Ondanks dat vond ik het erg gaaf, en mijn debuut was best oke. Dus smaakte het naar meer.

Eén ding is zeker. Mijn ambities blijven gericht op de weg. Maar het mooie van een multisport als triathlon is dat je disciplines kunt combineren. Misschien kan ik het onroad wel met offroad combineren. Duathlon en misschien ook wel triathlon? Maar daarvoor moet ik wel weten of ik het echt leuk vind. En daarvoor moet je af en toe in het diepe springen. Zoals bij het EK crossduathlon. Of de overtreffende trap zoals ik nu ga doen: in Zwitserland, naar het Europees Kampioenschap crosstriathlon.

‘Jij, zwemmen?!’ Ja dus. Mijn zwemonderdeel is nog niet van wereldniveau, dat weet ik. Maar ik heb er afgelopen tijd wel voor getraind. Als het fiets- en looponderdeel nog wat beter is dan in Targu Mures (en daar ga ik vanuit) dan is het toch een leerzame manier om op internationaal niveau ervaring op de doen in de crosstriathlon. En zo te ervaren of het een discipline is waar ik in wil blijven investeren. Na wat twijfels (ik wil geen EK starten omdat het een EK is, maar omdat ik er iets kan bereiken. Ervaring met de discipline kun je tenslotte ook opdoen bij een regionale wedstrijd) heb ik de kans van de bondscoach met beide handen aangegrepen. Ik ben blij dat ik ben geselecteerd. En heb vanuit het RTC Tilburg met mijn trainer, samen met de zwemtrainingen van de Ironmanagers toegewerkt naar het grote onbekende. Komend weekend ga ik mijn uiterste best doen om zo hoog mogelijk te eindigen op het EK. Triathlon dus. Het zwemonderdeel is nog een beetje afwachten maar gaat vooruit. En ik wil met een goed fiets- en looponderdeel mijn benen laten spreken. Helaas ben ik dit weekend niet in Amsterdam voor de RBR Series, waar we met Unltd graag de eerste plaats willen veroveren. Gelukkig hebben we een prima team met sterke atleten die mijn plaats goed kunnen invullen.

En nu? Ik ben weer weg, richting het onbekende, diepe. Naar grote hoogte (Oké, niet overdrijven: 1000m boven zeeniveau): met gladgeschoren benen op naar Zwitserland! Knallen! Iemand nog wat Lei’s wisselen tegen Zwitserse Francs?

Geduldig plan op weg naar topvorm!

[Interview]

Geduldig plan op naar topvorm!

Tilburger Joep Staps is op de weg terug, vol vertrouwen, gezond, fit en met een energieke lach op zijn gezicht. Een jaar geleden was dat wel anders. Toen liepen de trainingen niet zo lekker meer, uiteindelijk kon hij niet eens meer trainen: zijn lichaam was te zwak geworden. Elke stap kostte veel moeite en energie, zijn lichaam brak zichzelf in rap tempo af. Terwijl hij enkele maanden daarvoor nog minimaal één (maar vaak twee) keer per dag trainde en volledig was gefocust op april 2013, het EK in eigen land. Waar hij zich door middel van twee goede trainingsstages in Fuerteventura (Spanje) en Fréjus (Frankrijk) op voorbereidde. Wat hem zo’n lange tijd aan de kant hield? ‘Een combinatie van factoren, waaronder bloedarmoede, de ziekte van Pfeiffer en uiteindelijk ook overtraindheid’.

De ambitieuze ‘multisport-atleet’ die zich binnen de triathlonwereld vooral richt op duathlonwedstrijden (hardlopen-fietsen-hardlopen) heeft een lange tijd gekampt met gezondheidsproblemen, maar heeft die vervelende periode achter zich gelaten. ‘Het is een rotperiode die je doormaakt, en dat wil je eigenlijk niet meemaken. Zeker ik omdat ik zo gedreven en ambitieus ben’ aldus Staps. Heel geduldig, stapje voor stapje heeft hij zijn trainingen weer moeten opbouwen. Terwijl hij vroeger niet eens de deur uit ging om 20 minuten lopen, zo moest hij na zijn ‘rotperiode’ langzaam beginnen met twee keer 20 minuten lopen per week. ‘En dan kwam ik helemaal kapot thuis, maar wel voldaan’ vertelt hij. Lang wil hij daar niet meer bij stilstaan: ‘Van zo’n lastige periode leer je veel, over jezelf en de wereld. Uiteindelijk gaat het er om dat ik de ervaring van toen meeneem naar nu, en vooral naar de toekomst kijk. Ik heb er een aantal keer over bericht via (social) media en mijn website en dat is voldoende’.

Wel vertelt hij over hoe fijn het is dat hij weer kan trainen, over zijn plannen, doelen en vorderingen. Met stralende ogen laat hij wat beelden zien van de trainingsstage in Frankrijk, waar hij deze zomer samen met de Nederlandse selectie kon voorbereiden op het resterende deel van het seizoen. Joep: ‘Tijdens een trainingsstage kun je je volledig richten op je sport, en dat is ontzettend belangrijk. We slapen, eten, trainen maar tussendoor is er ook wel tijd voor ontspanning. Je lijdt echt een eigen leventje, en we vonden het leuk om anderen te laten zien hoe dat sportleven er nu zo’n beetje uit ziet. Daarnaast is het een leuke, maar geen negatieve afleiding na een training. De hele dag slapen, dat kan ik toch niet’.
Dus nam hij een kleine video-camera mee op zijn trainingsstage naar de Alpe D’Huez, om zowel van de trainingen als van alle andere zaken beelden te schieten. Het is geen professionele video-productie, maar je krijgt wel een idee hoe het er aan toe gaat tijdens zo’n trainingsstage. Toegegeven: het videodagboek dat hij gedurende de trainingsstage via zijn website dagelijks bijhield, ziet er best leuk uit. ‘Sommige beelden zijn heel gaaf, vind ik tenminste. Zoals bijvoorbeeld van de koppeltraining, waar je van dichtbij kunt zien hoe we bijvoorbeeld de overgang van lopen naar fietsen en van fietsen naar lopen trainen. Die training voelde ik me sterk en ging heel lekker. Ik kreeg er ook veel leuke reacties op, ook al dachten sommigen dat ik aan alle kanten voorbij werd gereden’ zegt hij met een grote glimlach.

‘Op 15 juni stond ik weer aan de start voor mijn eerste wedstrijd, en ik voelde me eigenlijk best goed. Het was een goede start, en zag die wedstrijd echt als nul-meting’. Daarna wist Joep waar hij stond, en kon hij op basis daarvan goed door trainen, op naar het NK dat eind oktober wordt georganiseerd in Assen. Hij ging half juli op trainingsstage, maar trainde met een bepaald doel: ‘Ik heb expres niet te intensief getraind, maar extensief en gericht op duur. Dat was soms wel even lastig, omdat ik het liefst met de snelsten omhoog rijdt en graag voor de langste afstand kies als de groep zich splitst en verschillende afstanden gaat rijden. Maar dat is me aardig gelukt’. Zelfs tijdens de internationale wedstrijd op de Alpe D’Huez, waar de trainingsgroep aan deelnam tijdens de trainingsstage, en waar Joep startnummer 1 kreeg toegewezen, heeft hij met verstand geracet. Dus niet voluit, of toch? Staps: ‘Als je aan de start staat bij zo’n mooie wedstrijd, wil je toch wel iets laten zien. Zeker met startnummer 1. Natuurlijk heb ik niet heel rustig geracet, maar ik heb wel bewust ingehouden en bijvoorbeeld op hartslag de Alpe D’Huez beklommen. Uiteindelijk ging het niet om die wedstrijd, maar om beter worden’. En dan, rustig en zachtjes: ‘In één van de filmpjes geef ik aan dat ik een plan heb voor de Alpe D’Huez wedstrijd. Wat voor plan, daarop geef ik geen direct antwoord. Terug in Nederland kreeg ik vragen: hoe ging je wedstrijd, is je plan gelukt?. Dat vind ik dan wel grappig’.

Hij weet dus heel goed wat hij wil, en ook hoe hij daar denkt te kunnen komen. Doelbewust toewerken naar waar zijn ambitie ligt. En niet zonder succes: de resultaten van afgelopen tijd, bevestigen zijn progressie. Kort na de trainingsstage startte hij in het Belgische Geel, waar hij na een solide looponderdeel als 3e in de kopgroep aan het fietsonderdeel kon beginnen. Hij eindigde daar sterk in de top 10.

Afgelopen weekeinde reisde hij af naar het Overijselse Borne, één van Nederlands grootste wedstrijden over een langere afstand waar een sterk deelnemersveld aan de start stond. Joep had ook dit keer weer een plan, dat voor het merendeel uitkwam: ‘Ik was van plan attent te starten het eerste looponderdeel, maar iets in te houden om wat extra’s te kunnen geven tijdens mijn mindere fietsonderdeel. Dat lukte heel aardig, en ik wisselde attent van voren. Tijdens het fietsen werd duidelijk dat daar nog veel winst is te behalen, maar dat wist ik al. Vervolgens wilde ik de tweede run in ieder geval mijn positie behouden en met mijn sterke onderdeel zelfs nog concurrenten inhalen’. En daar valt nog wat te verbeteren, want door zijn mindere fietsonderdeel verloor hij dit maal de aansluiting met de kop, die zelfs bij hem uitliepen. Tijdens het tweede looponderdeel over 5,2 kilometer werd het door zijn fietsachterstand lastig om mee te doen in voor de hoogste plaatsen maar kon hij nog twee concurrenten inhalen. Uiteindelijk kwam hij als 13e over de finishlijn, en dat lijkt een beetje tegen te vallen: ‘Ik baalde wel dat ik niet in de top 10 kon finishen, maar het feit dat ik er bij de eerste run weer bij zit en me goed voel, geeft aan dat ik goed vooruit ga. Ik voel me sterk, en de verschillen in de top zijn eigenlijk niet zo groot. Als ik me blijf doorontwikkelen, komt die topvorm vanzelf weer, en dan is er van alles mogelijk’. Met nog twee maanden te gaan, kun je merken dat hij grootse plannen heeft, binnen die top 10. Het lukte alleen nog niet hem dat te laten uitspreken. ‘Dat heeft helemaal geen zin. Ik kijk niet naar positie, maar naar ontwikkeling. Elke wedstrijd wordt ik weer sterker, dat voel je en merk je. Uiteindelijk wil ik wel strijden om de hoogste plaatsen maar het gaat me om het vasthouden van de progressie tijdens de eerste run, het verbeteren van het fietsen, om vervolgens in de tweede run te lopen voor wat ik waard ben’ aldus Staps.
Deze jongen heeft een plan, dat hem langzaam maar zeker moet leiden naar topvorm en succes. Naast zijn studie aan de Universiteit van Tilburg, werkt hij hard en ijverig om die vorm te bereiken. De volgende wedstrijd in de weg naar die topvorm is een Ten Miles, gevolgd door een ‘sprint’ in Groningen (5km lopen-20km fietsen-2,5km lopen). Met als eindstation het NK in Assen. Over een tijdje zullen we weten of zijn plan heeft gewerkt…

Heropbouw, wederopbouw, come back, whatever. E-bikes, daar gaat het om.

Eindelijk weer trainen, sporten, bewegen, mezelf uitsloven terwijl niemand anders het echt ziet, moe worden, energie krijgen, na een training eten tot ik he-le-maal volgepropt ben en mijn buik ontploft, fiets poetsen, heel veel sportkleren wassen, met een heerlijk (beetje pijnlijk) gevoel de trap op lopen, sportdrankpoeder naast mijn bidons gieten, bruin worden, herstel-chocomel drinken, herzog-kousen laten drogen tussen een handdoek, kwark met noten en altijd iets te veel honing. Eindelijk weer lekker op m’n fiets door de polder, of met m’n petje achterstevoren hardlopen in de Warande. Manmanman, wat heb ik dat gemist. Ik kan je vertellen: het voelt goed!

Het is fantastisch om ‘terug’ te zijn, om weer te kunnen trainen en langzaam aan weer trainingsuren te kunnen maken. Sommigen noemen het heropbouwen, anderen wederopbouw, weer anderen hebben het over een come back, maar dat is insider-talk. Liever noem ik het een overwinning. En dat is het ook. Ik was aan het einde van de zomer 2013 zwaar beledigd, en schaamde me diep. Het was gênant, het was triest, en zelfs zielig. Ik heb heel hard verloren, en dat was blijkbaar bij iedereen bekend. Kinderen in de speeltuin lachten me uit, vogels poepten op mijn hoofd en een zwerm vliegen kwam terwijl ik doodziek in bed lag lekker zoemen. Maar nu…nu kan ik weer fier over straat, en dat… dat is een echte overwinning!

Ten strijde tegen de E-bike
Ik heb nog geen wedstrijd gelopen of veel tempo’s-getraind, geen topwedstrijden op de planning maar wel een mooie Polar. Waar ik na de training trots kan terugkijken hoe goed het wel niet ging. En waar ik dus mijn succes uit kan putten 😉 Du- of triathlonwedstrijden lijken nu nog een eind weg (want tijdens het EK in Horst van aankomend weekend ben ik er niet bij, en voor andere wedstrijden heb ik ook nog niet ingeschreven) maar de eerste stappen in de goede richting zijn gezet. Sterker nog: ik heb mijn belangrijkste overwinning al weer binnen!

Toen ik vorig jaar augustus mijn laatste trainingen afwerkte, terwijl ik al ziek was, ontketende zich een oorlog. Alles wat ik deed was ontzettend vermoeiend en pijnlijk, ik was niet vooruit te branden. Het was een man-tegen-mangevecht, het ging door merg en been, het was de dood of de gladiolen. Hoewel mijn lichaam tegenwerkte,  was ik mentaal nog strijdbaar. Want ook ik heb eergevoel: op een racefiets kan me van alles gebeuren, maar ik word er per se NIET door ingehaald.

Ze gaan te makkelijk, ze zijn best handig, maar stiekem ook best lachwekkend. In het peloton verboden, Cancellara van zoiets beschuldigd, maar vooral voor recreatievelingen. En ze kunnen je keihard vernederen. Je kent ze wel, vroeger vooral ’s zondags op de weg te vinden als een opa en oma lekker gingen fietsen, tegenwoordig niet meer uit het straatbeeld weg te denken. Ook de forens en ander ‘gespuis’ is vandaag de dag eigenaar van een elektrische fiets. Zo’n ding dat veel te hard rijdt voor het aantal omwentelingen per minuut dat ze trappen, met een dikke bagagedrager waar de accu in zit. Of de 1.0 versie waar de accu’s nog in een fietstas zitten. Maar je herkent ze ook aan de dikke naaf, en het display op het stuur. Krengen die zo’n 25 kilometer per uur gaan, zolang ze niet zijn opgevoerd natuurlijk.

En juist die fietsen, daar had ik had ik het moeilijk mee. Mijn lichaam was zo verzwakt, dat ik ze niet meer met een zoef inhaalde, maar bijna moest toespreken: ‘Hee mevrouw, het is niet-stayeren! Je moet 10 meter afstand houden anders word je gediskwalificeerd!’. En ik maar trappen, alles geven om ze uit het wiel te rijden. Soms even ‘in het rood’ om toch van ze af te komen, of snel rechtsaf slaan terwijl zij rechtdoor moesten. Want als je als wielrenner door een elektrische fiets wordt ingehaald, dan moet je stoppen. En dat wilde ik niet, en dat zou ook niet gebeuren! Hoe slecht ik me op dat moment ook voelde, IK WORD NIET INGEHAALD DOOR EEN E-BIKE. Hoe slechter ik me voelde, hoe meer het er leken te worden. Het was een ware plaag, en ze pestten me. Ik kon nog snel linksaf slaan om er één te ontwijken, maar dan was een andere al weer in de achtervolging. Uiteindelijk wonnen ze toch, en uiteindelijk bleek ook dat ik ziek was. Dat is geen excuus. Dat gaf me een nieuw doel: beter worden, en (hoewel de E-bike technologie natuurlijk steeds beter wordt) de techniek met brute kracht weer verslaan.

Inmiddels ben ik een aantal weken in training. Niet echt spectaculaire training, maar hééél rustig lopen en fietsen. Zo van 10 km/u lopen en rustig fietsen. Ik startte met zo’n 30 minuten, maar inmiddels maak ik al weer drie uur vol. En mijn trainingen gaan harder, soms zelfs vlot. Het heeft even geduurd, maar tijdens mijn heropbouw, wederopbouw of come back was het vorige week toch echt zo ver. Ik heb gewonnen, van een E-bike. De eigenaresse, die mijn oma had kunnen zijn, zal wel gek hebben opgekeken. Maar dat interesseert me niets. Na mijn inhaalmanoeuvre gingen beide handen in de lucht, werd een kruisje geslagen, en kon ik weer rustig slapen. Ik kan weer over straat, de kids uit de speeltuin wijzen nog altijd naar me, maar nu praten ze over mijn geweldige prestatie. Ik verdien langzaam respect terug, getuige ook de vogel die niet op mijn hoofd maar op mijn schoen poepte. En de vliegen op mijn kamer, die door de raam de wereld gingen verkennen maar nooit zijn teruggekeerd.

En ook al was deze oorlog redelijk eenzijdig, toch voel ik me een winnaar. Het leven na 6 maanden ziek zijn is mooi.