Puzzelen

In April nam ik als enige Nederlander bij de elite deel aan het WK Crosstriathlon in Pontevedra (Spanje). Om daar goed op voorbereid te zijn, besloot ik drie weken op trainingskamp te gaan in Portugal. Ik heb natuurlijk het hele jaar al ontzettend hard getraind: in trainingen en qua gevoel was de progressie merkbaar. Ik voelde me steeds sterker worden, ik kon steeds meer aan, en het voelde gemakkelijker. In Portugal wilde ik de puntjes op de i zetten voor het WK.

Helaas kwam dat er tijdens het WK totaal niet uit, en werd het een teleurstelling. Om meerdere, ook niet-sportieve redenen, waren de omstandigheden niet ideaal om een topprestatie neer te zetten. Het lag in de lijn der verwachting dat ik ten opzichte van mijn eerste WK in 2018 een stapje gemaakt zou hebben, maar dat was in de uitslagen niet zichtbaar. Daar baalde ik dan ook enorm van. Zeker omdat ik wist dat mijn vorm goed was. Als je een tijd lang zo hard traint, wil je ook dat het er op het moment-supreme uitkomt, en als dat dan niet het geval is moet je eerlijk zijn en toegeven dat de prestatie gewoon niet goed was. Ook als dat net over de finish gevraagd wordt in een interview voor de camera.

Na een ruime week flink balen kon ik de knop omzetten, en me langzaam richten op de toekomst. Want wat in het vat zit, verzuurd niet!

Dat bleek ook, want tijdens de fantastische La Roche crosstriathlon in Belgie liet ik zien wel degelijk progressie te maken en mocht ik met een tweede plaats achter regerend Europees kampioen (en 6e op het WK) Tim van Hemel tevreden zijn. Ten opzichte van het WK al een stuk beter, en voor mij de enige manier om revanche te nemen op het slechte WK.

la roche

Natuurlijk kan het altijd nog beter, en moet het gat naar de top nog kleiner worden. Daarom ben ik direct na La Roche op hoogtestage gegaan. In het Zwitserse St.Moritz heb ik afgelopen drie weken heel goed kunnen trainen, om op lange termijn echt goed te kunnen presteren en me te kunnen meten met de wereldtop!

Omdat ik echt kies voor de lange termijn, heb ik besloten (ondanks dat ik me objectief heb gekwalificeerd) niet te racen op het Europees kampioenschap. Om meerdere redenen denk ik dat het beter is het EK te laten schieten. Ook al denk ik daar heel aardig te kunnen presteren, en mijn progressie duidelijk zichtbaar te laten worden. Toch train ik komende periode lekker door, en zal mijn programma steeds meer vorm krijgen.

Iedereen kent het plaatje van ‘the road to success’ zoals hieronder:

998725_10153060296195114_2073974395_n

Maar ik zou daar van willen maken: The road to success is a puzzle! en ik puzzel de komende tijd lekker verder!

Advertenties

Wereldkampioenschap crosstriathlon

Ik heb me gekwalificeerd voor het WK crosstriathlon, dat zal worden gehouden tijdens de ITU Multisport World Championships in Denemarken. Om duidelijkheid te scheppen in de reeks aan kampioenschappen: je hebt elite wedstrijden waar de ‘pro’s’ aan mee doen, en age-group wedstrijden waar de ‘amateurs’ in hun leeftijdscategorie strijden voor de titels. Ik richt me altijd op de elite races, en zal ook dit keer bij de elite strijden met de absolute wereldtop.  Dat is natuurlijk harstikke tof.

Sommigen feliciteerden me met ‘het wereldkampioenschap, of ja: het kwalificeren voor…’ en dat is natuurlijk goed bedoeld. Zelf heb ik mixed feelings, maar een ding is zeker: ik ga 10 juli het uiterste uit mijn lichaam te halen, zo goed mogelijk te racen en zo hoog mogelijk te eindigen.

Meer weten? Volg me via Instagram, of stuur me een berichtje.
Cheers,

Joep

TeamNL op naar EK cross

Aankomend weekend vindt in Roemenië het Europees Cross Festival plaats, waar de Europese kampioenschappen cross worden gehouden. Binnen de cross organiseert de European Triathlon Union zowel de duathlon- als triathlonvariant.

De duathlon is wat zwaarder omdat je twee keer moet lopen en daartussen moet mountainbiken, de triathlon wat meer uitdagend omdat je drie verschillende sporten moet beoefenen.
Vorig jaar nam ik deel aan het EK cross duathlon in Roemenië, en het EK cross triathlon in Zwitserland. Komend weekend worden beide onderdelen gehouden en start ik bij het onderdeel cross duathlon, dat wordt gehouden over een afstand van 6,2 km hardlopen (trail), 20km mountainbiken, en 3,1km hardlopen.
Het onderdeel cross triathlon is twee dagen later. Er zijn bikkels die dat proberen te combineren, maar ik vind een wedstrijd van >2 uur voldoende voor dit weekend 😉

Mijn fiets zit in de koffer, mijn (trail)schoenen zijn gepakt, de sportvoeding van Athletesportsworld.com zit in mijn bidons (tip: bespaar ruimte als je met je fiets vliegt, en stop je gelletjes etc. in je bidons, in de bidophouders), mijn helm doe ik lekker op in het vliegtuig (dat is niet waar, maar meenemen als handbagage scheelt wel degelijk) en ik heb een verlopen paspoort (maar daar zitten gaatjes in, en ik heb een nieuwe. Dus no worries).

Vorig jaar was ik flying daar in Targu Mures. Of Tirgu Mures, op z’n Roemeens. Kijk maar:

Vandaag reis ik met het grootste deel van TeamNL af naar Cluj, om vanuit daar naar Targu Mures te gaan. Zonder de gehavende bondscoach, maar met een prima groep en begeleiding. Veel zin om te knallen, keep you posted!

36e op EK Crosstriathlon

Van de 36 zeker? Zoiets, we startten het Europees kampioenschap met 61 mannen in de categorie Elite en u23. Maar er was ook een Xterra-wedstrijd waar de ‘amateurs’ streden voor een WK-slot op Hawaii . Ze startten niet op hetzelfde moment maar daarvan zaten er ook een paar voor me. 36e van de 36? Nee, want we startten dus met 61, maar het komt stiekem wel in de buurt. Het eindresultaat zit dichter bij de laatste plaats dan bij de eerste plaats, lekker achterin het veld.

EK crosstriathlon Vallee de Joux 2016

Eigenlijk lieg ik. Sorry. Het spijt me. Ik deed dan wel mee aan het EK, maar niet heel Europa was mijn tegenstander. Het was eerst ‘heel Europa’, werden er toen 60, daarna slechts een aantal en het werd er uiteindelijk één. Een aantal en uiteindelijk maar één? Ja, eerst werd mijn race gedegradeerd van 60 tegenstanders tot een strijd tegen de elementen, en uiteindelijk werd het een strijd tegen mezelf. En niemand anders.

Hoe het me verging? Ik laat je graag meegenieten. Of me uitlachen.

Swim
‘Welke gek gaat er nu zwemmen in dit koude water? Goed, ik ga gewoon ervaren hoe het is en kneiterhard mijn best doen. Iemands benen vinden en daar achter blijven. Niet meer laten gaan…’
ON YOUR MARKS… TUUUUT!
Iedereen komt in beweging, ik zie atleten voor me dolfijnen, maar ik loop net zo snel door het water. Prima zo! Na zo’n 150 meter zit ik nog goed middenin de groep. ‘Oke, dit gaat lekker, ik zwem relaxed en kan het tempo goed aan.’
PATS. ‘Aah, wat is dit?!’ Nou grote vriend, dit is het zwemonderdeel van een triathlon. En zojuist werd je zwembril van je hoofd geslagen. Het kost me moeite om mijn bril goed te doen, en hij zit ook niet meer fijn: er loopt water naar binnen. Dus doe ik, al zwemmend, een aantal pogingen om hem goed te zetten. Uiteindelijk lukt dat, maar die goede positie in het midden van de groep is weg. ‘Gewoon hem volgen!’ Denk ik terwijl ik probeer de aansluiting terug te krijgen. Dat lukt, al zwemmen we wel scheef. Dus trek ik mijn eigen plan richting de eerste boei. Na 750m kom ik terecht in een groepje met de snelste vrouwen. ‘Het wordt nog zwaar genoeg… krachten sparen gewoon in deze groep blijven’.

Bike
‘Mm.. Joost is vlak voor me. Zo heel slecht is mijn zwemonderdeel ook niet geweest’. Binnen één kilometer heb ik Joost te pakken. Niet dat ik tegen hem race, hij is een van Nederlands routiniers. ‘Niet te veel geven, want de omstandigheden zijn zwaar. Al die modder kan me wel eens gaan opbreken’. Dus ga ik rustig door met fietsen: ‘Man, ik heb nu al zeker 15 tegenstanders ingehaald…. dit gaat lekker! Doorgaan, maar goed blijven eten en drinken. Niet TE hard’. Denk ik halverwege de eerste fietsronde van 18km. Ik haal er nog meer in. Maar in de tweede ronde krijg ik het zwaarder. Joost haalt me terug, even nadat ik ben gevallen op een glad gedeelte van het parcours. ‘Bijblijven!’. Dat lukt. We hebben even contact, en ik geef aan dat ik bang dat ik mezelf langzaam ‘leeg aan het rijden ben’. Ik blijf een tijdje met Joost rijden en kan er zelfs nog even voor rijden. Na kilometer 28-30 moet ik hem toch laten gaan. ‘Eten… drinken… ah, dat gaat iets beter’. ‘Nee, toch niet… mijn kaarsje gaat langzaam uit. Blijf eten en drinken, direct nog 10km lopen en dat wordt mijn onderdeel!’ Ik vraag wat kracht en snelheid betreft niet het uiterste van mijn lichaam, toch kan ik niet harder.

Run
‘Dit wordt mijn onderdeel!’ Denk ik terwijl ik net mijn fiets heb opgehangen in de wisselzone. ‘Aah, ik ga hard, dit gaat lekker. Ik ga er zo echt veel terugpakken’ denk ik terwijl ik op mij horloge kijk en zie dat ik langs het meertje 3:10 min/km loop. Toch loopt mijn snelheid al snel terug, na 1km is het 4:10 min/km. ‘Damn, doorzetten Joep! Dit is jouw onderdeel. Direct komt dat stijle stuk waar iedereen gaat wandelen. Jij blijft daar lopen en gaat daarna doorversnellen en gaat gewoon die gasten voor je pakken… au revoir Fransman, jou heb ik al te pakken’. ‘Oeps… ik glijd gewoon vier meter terug naar beneden’, denk ik (maar dan in de niet gescensueerde versie) terwijl ik neerkom op de plaats waar ik 10 seconden eerder ook aan het gladde gedeelte van de stijle klim begon. Nog voor de eerste ronde van 5km erop zit, zit ik meer dan stuk: ‘Ik ga finishen… hoe dan ook. Nog maar één ronde afzien’.

En zo geschiedde.

After
‘Goh, mijn schouder doet toch wel pijn’. Tijdens de val op de fiets toch mijn schouder uit de kom… klinkt spectaculairder dan het was.

De waarheid is hard en confronterend. Ook al ging ik hier debuteren om ervaring op te doen, ik baal ervan dat ik niet meer kon laten zien. Wedstrijden die meer dan 2,5 uur duren vind mijn lichaam gewoon nog erg lastig. Daarom ging het EK Crossduathlon in Roemenië best oke, en was dit nog niet om over naar huis te schrijven. Er waren verschillende Xterra age groupers die voor me eindigen…

Ervaring opdoen? Dat is gelukt. En wat voor een ervaring. Volgend jaar weer? Not sure… maar wat een ontzettend zware discipline, crosstriathlon!

Scheer je weg, Joep!

Weg, naar huis. Het was erg leuk, maar ook fijn om weer naar Nederland te gaan. We hielden expres nog wat Roemeense Lei’s over om een koffietje te kunnen kopen op het vliegveld. Niet meer dan een kleine hal met wat stoeltjes en vijf tafels met daarop een computer en een weegschaal. Dat was het, de vertrekhal. Na een half uurtje wachten checkte ik mijn koffer en fiets in. Tenminste, dat probeerde ik. De Roemeense technologie was niet voorbereid op een fietskoffer, dus die moest ik dan maar zelf over het bagage-afhandelsysteem heen tillen. Aangekomen bij de gate (lees: de enige ruimte na de paspoortcontrole) gingen we voor dat kopje koffie: Only euro’s. Lekker dan…

‘En nu…?’ Dat was letterlijk wat ik dacht op het vliegveld van Roemenië na het EK duathlon in Kalkar en het EK crossduathlon in Targu Mures. Nee, niet die Lei’s die we hadden bewaard voor de koffie. Met sporten natuurlijk. De races gaven me vertrouwen: ik ben er nog niet, maar ik kom wel steeds dichterbij. Ik doe het dus niet voor niks. De resultaten worden steeds beter, er is duidelijk progressie.

Ik had echt toegeleefd naar die twee races, en voelde dat ik even rust moest nemen. Zowel fysiek als mentaal hakten twee EK’s er stiekem best wel in. Ik wilde nieuwe plannen maken, maar eerst even een weekje rustig trainen. Er was genoeg te verbeteren, maar hoe? Waar wil ik het accent op leggen, welke doelen stel ik mezelf, en welke wedstrijden wil ik racen? Er is nog zoveel te verbeteren, dus moest ik prioriteiten stellen. Maar waar wil ik die prioriteiten dan stellen? Wat wil ik nu eigenlijk? Ik wist het even niet.

Het is inmiddels bijna twee maanden geleden. En nu dan? Nu scheer ik. Net zoals ik deed voor Kalkar en Targu Mures. En voor eerdere internationale kampioenschappen. Want ook al heb ik een schijthekel aan benen scheren, je moet de ongeschreven regels wel respecteren als je voor Nederland uitkomt. Vind ik. De koning zal vast trots op me zijn, of niet.

Ik scheer me weg, een slag in de rondte. De laatste keer schoor ik mijn benen voor Roemenië, en daarvoor richting Duitsland. Duathlon is ontzettend zwaar, ik vind het zwaarder dan triathlon. De eerste run helemaal kapot gaan (waar ik nog altijd sneller moet gaan lopen), vervolgens tactisch racen op de fiets (waar ik nog de nodige koerservaring moet opdoen), en vervolgens nog een keer kapot gaan (waarvoor ik meer inhoud moet hebben en uren voor moet maken). Ik houd van de snelheid, en dus van de weg. Maar het uitstapje naar de cross was ook gaaf, een heel andere discipline waar je veel meer moet verdelen en waar het was ruiger of speelser is. Bochtjes, boomstammen, modder, klimmen en dalen. En vallen. Dat was iets minder leuk.
Ondanks dat vond ik het erg gaaf, en mijn debuut was best oke. Dus smaakte het naar meer.

Eén ding is zeker. Mijn ambities blijven gericht op de weg. Maar het mooie van een multisport als triathlon is dat je disciplines kunt combineren. Misschien kan ik het onroad wel met offroad combineren. Duathlon en misschien ook wel triathlon? Maar daarvoor moet ik wel weten of ik het echt leuk vind. En daarvoor moet je af en toe in het diepe springen. Zoals bij het EK crossduathlon. Of de overtreffende trap zoals ik nu ga doen: in Zwitserland, naar het Europees Kampioenschap crosstriathlon.

‘Jij, zwemmen?!’ Ja dus. Mijn zwemonderdeel is nog niet van wereldniveau, dat weet ik. Maar ik heb er afgelopen tijd wel voor getraind. Als het fiets- en looponderdeel nog wat beter is dan in Targu Mures (en daar ga ik vanuit) dan is het toch een leerzame manier om op internationaal niveau ervaring op de doen in de crosstriathlon. En zo te ervaren of het een discipline is waar ik in wil blijven investeren. Na wat twijfels (ik wil geen EK starten omdat het een EK is, maar omdat ik er iets kan bereiken. Ervaring met de discipline kun je tenslotte ook opdoen bij een regionale wedstrijd) heb ik de kans van de bondscoach met beide handen aangegrepen. Ik ben blij dat ik ben geselecteerd. En heb vanuit het RTC Tilburg met mijn trainer, samen met de zwemtrainingen van de Ironmanagers toegewerkt naar het grote onbekende. Komend weekend ga ik mijn uiterste best doen om zo hoog mogelijk te eindigen op het EK. Triathlon dus. Het zwemonderdeel is nog een beetje afwachten maar gaat vooruit. En ik wil met een goed fiets- en looponderdeel mijn benen laten spreken. Helaas ben ik dit weekend niet in Amsterdam voor de RBR Series, waar we met Unltd graag de eerste plaats willen veroveren. Gelukkig hebben we een prima team met sterke atleten die mijn plaats goed kunnen invullen.

En nu? Ik ben weer weg, richting het onbekende, diepe. Naar grote hoogte (Oké, niet overdrijven: 1000m boven zeeniveau): met gladgeschoren benen op naar Zwitserland! Knallen! Iemand nog wat Lei’s wisselen tegen Zwitserse Francs?

Heropbouw, wederopbouw, come back, whatever. E-bikes, daar gaat het om.

Eindelijk weer trainen, sporten, bewegen, mezelf uitsloven terwijl niemand anders het echt ziet, moe worden, energie krijgen, na een training eten tot ik he-le-maal volgepropt ben en mijn buik ontploft, fiets poetsen, heel veel sportkleren wassen, met een heerlijk (beetje pijnlijk) gevoel de trap op lopen, sportdrankpoeder naast mijn bidons gieten, bruin worden, herstel-chocomel drinken, herzog-kousen laten drogen tussen een handdoek, kwark met noten en altijd iets te veel honing. Eindelijk weer lekker op m’n fiets door de polder, of met m’n petje achterstevoren hardlopen in de Warande. Manmanman, wat heb ik dat gemist. Ik kan je vertellen: het voelt goed!

Het is fantastisch om ‘terug’ te zijn, om weer te kunnen trainen en langzaam aan weer trainingsuren te kunnen maken. Sommigen noemen het heropbouwen, anderen wederopbouw, weer anderen hebben het over een come back, maar dat is insider-talk. Liever noem ik het een overwinning. En dat is het ook. Ik was aan het einde van de zomer 2013 zwaar beledigd, en schaamde me diep. Het was gênant, het was triest, en zelfs zielig. Ik heb heel hard verloren, en dat was blijkbaar bij iedereen bekend. Kinderen in de speeltuin lachten me uit, vogels poepten op mijn hoofd en een zwerm vliegen kwam terwijl ik doodziek in bed lag lekker zoemen. Maar nu…nu kan ik weer fier over straat, en dat… dat is een echte overwinning!

Ten strijde tegen de E-bike
Ik heb nog geen wedstrijd gelopen of veel tempo’s-getraind, geen topwedstrijden op de planning maar wel een mooie Polar. Waar ik na de training trots kan terugkijken hoe goed het wel niet ging. En waar ik dus mijn succes uit kan putten 😉 Du- of triathlonwedstrijden lijken nu nog een eind weg (want tijdens het EK in Horst van aankomend weekend ben ik er niet bij, en voor andere wedstrijden heb ik ook nog niet ingeschreven) maar de eerste stappen in de goede richting zijn gezet. Sterker nog: ik heb mijn belangrijkste overwinning al weer binnen!

Toen ik vorig jaar augustus mijn laatste trainingen afwerkte, terwijl ik al ziek was, ontketende zich een oorlog. Alles wat ik deed was ontzettend vermoeiend en pijnlijk, ik was niet vooruit te branden. Het was een man-tegen-mangevecht, het ging door merg en been, het was de dood of de gladiolen. Hoewel mijn lichaam tegenwerkte,  was ik mentaal nog strijdbaar. Want ook ik heb eergevoel: op een racefiets kan me van alles gebeuren, maar ik word er per se NIET door ingehaald.

Ze gaan te makkelijk, ze zijn best handig, maar stiekem ook best lachwekkend. In het peloton verboden, Cancellara van zoiets beschuldigd, maar vooral voor recreatievelingen. En ze kunnen je keihard vernederen. Je kent ze wel, vroeger vooral ’s zondags op de weg te vinden als een opa en oma lekker gingen fietsen, tegenwoordig niet meer uit het straatbeeld weg te denken. Ook de forens en ander ‘gespuis’ is vandaag de dag eigenaar van een elektrische fiets. Zo’n ding dat veel te hard rijdt voor het aantal omwentelingen per minuut dat ze trappen, met een dikke bagagedrager waar de accu in zit. Of de 1.0 versie waar de accu’s nog in een fietstas zitten. Maar je herkent ze ook aan de dikke naaf, en het display op het stuur. Krengen die zo’n 25 kilometer per uur gaan, zolang ze niet zijn opgevoerd natuurlijk.

En juist die fietsen, daar had ik had ik het moeilijk mee. Mijn lichaam was zo verzwakt, dat ik ze niet meer met een zoef inhaalde, maar bijna moest toespreken: ‘Hee mevrouw, het is niet-stayeren! Je moet 10 meter afstand houden anders word je gediskwalificeerd!’. En ik maar trappen, alles geven om ze uit het wiel te rijden. Soms even ‘in het rood’ om toch van ze af te komen, of snel rechtsaf slaan terwijl zij rechtdoor moesten. Want als je als wielrenner door een elektrische fiets wordt ingehaald, dan moet je stoppen. En dat wilde ik niet, en dat zou ook niet gebeuren! Hoe slecht ik me op dat moment ook voelde, IK WORD NIET INGEHAALD DOOR EEN E-BIKE. Hoe slechter ik me voelde, hoe meer het er leken te worden. Het was een ware plaag, en ze pestten me. Ik kon nog snel linksaf slaan om er één te ontwijken, maar dan was een andere al weer in de achtervolging. Uiteindelijk wonnen ze toch, en uiteindelijk bleek ook dat ik ziek was. Dat is geen excuus. Dat gaf me een nieuw doel: beter worden, en (hoewel de E-bike technologie natuurlijk steeds beter wordt) de techniek met brute kracht weer verslaan.

Inmiddels ben ik een aantal weken in training. Niet echt spectaculaire training, maar hééél rustig lopen en fietsen. Zo van 10 km/u lopen en rustig fietsen. Ik startte met zo’n 30 minuten, maar inmiddels maak ik al weer drie uur vol. En mijn trainingen gaan harder, soms zelfs vlot. Het heeft even geduurd, maar tijdens mijn heropbouw, wederopbouw of come back was het vorige week toch echt zo ver. Ik heb gewonnen, van een E-bike. De eigenaresse, die mijn oma had kunnen zijn, zal wel gek hebben opgekeken. Maar dat interesseert me niets. Na mijn inhaalmanoeuvre gingen beide handen in de lucht, werd een kruisje geslagen, en kon ik weer rustig slapen. Ik kan weer over straat, de kids uit de speeltuin wijzen nog altijd naar me, maar nu praten ze over mijn geweldige prestatie. Ik verdien langzaam respect terug, getuige ook de vogel die niet op mijn hoofd maar op mijn schoen poepte. En de vliegen op mijn kamer, die door de raam de wereld gingen verkennen maar nooit zijn teruggekeerd.

En ook al was deze oorlog redelijk eenzijdig, toch voel ik me een winnaar. Het leven na 6 maanden ziek zijn is mooi.